Abbey Road – The Beatles: 50 jaar jong!

Het is op 26 september 2019 50 jaar geleden dat Abbey Road van de Beatles verscheen. Het album zou de zwanenzang van the Beatles vormen, hoewel in 1970 nog het inferieure ‘Let It Be’ het levenslicht zou zien. Het in de lente en zomer van 1969 opgenomen album was de laatste gelegenheid voor de samenwerking van de vier groepsleden Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr. 

Het is een klein wondertje dat het album überhaupt het levenslicht zou zien. In de aanloop naar de opnamen van The White Album in 1968 ontstonden als de eerste irritaties tussen de heren, hetgeen in het tijdelijk verlaten van de band door zowel Harrison en Starr zou leiden. De opnamen voor het opvolgende album Let it be (in januari 1969) verliepen zo mogelijk nog desastreuzer, zoals goed te zien is in de beelden van de documentaire die gelijkertijd gefilmd werd. Lennon had sinds een paar maanden een relatie met Yoko Ono en het leek Lennon een goed idee om Ono zo veel mogelijk bij het creatief proces te betrekken, iets waar de andere Beatles minder warm voor liepen.

Vandaar dat in het voorjaar van 1969 afspraken gemaakt werden om nog een keer te vlammen en ruzies bij te leggen voor een laatste, ouderwets goed Beatles album. En aldus geschiedde. De liedjes zijn aanstekelijk en uit alles blijkt dat de heren een enorm vakmanschap hadden opgebouwd in de voorafgaande 10 jaar van hun bestaan. Dit maal was voor alle opnamen een achtsporen recorder beschikbaar en was er een nieuwe mengtafel in de Abbey Road studio aangeschaft, die de sound van het album een stuk transparanter en moderner deed klinken dan de voorgaande albums. Ook werd in een aantal songs gebruik gemaakt van een nieuw instrument: een modulaire Moog synthesizer.

Toch kunnen al deze positieve zaken niet verbloemen dat de drang naar vernieuwing en experimenten grotendeels verdwenen was. Je zou zelfs kunnen stellen dat Abbey Road de blauwdruk zou vormen voor hoe de muziek van de ex-Beatles later zou gaan klinken tijdens hun solo-jaren.

Het naadloos in elkaar overlopen van songs op de B-zijde van Abbey Road was zonder meer een gouden greep en zou je nog vernieuwend kunnen noemen. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat het niet zo zeer een beslissing van de Beatles zelf was, maar het nauwgezette werk van de producer George Martin. Op die manier kon het gebeuren dat 2 restant songs van de White Album sessies (Polythene Pam en Mean Mr. Mustard) opeens hun weg vonden in deze medley. 

Verder is de opkomst van George Harrison als componist van de twee belangrijkste songs van het album ‘Something’ en ‘Here Comes The Sun’ zeer opvallend. Harrison zou in de eerste jaren na het uiteenvallen van de Beatles, zelfs de meest populaire ex-Beatle worden. Lennon schittert op kant A nog met ‘Come Together’ en ‘I Want You’ maar op kant B lijkt hij vrijwel volledig afwezig, behoudens zijn bijdragen in de achtergrond zang. Zoals eerder vermeld moest een tweetal oudere songs de inbreng van Lennon op kant B opvijzelen. De inbreng van McCartney is constant en van hoog niveau. Van de vocale capriolen op ‘Oh! Darling’ tot het enigszins bombastische einde van ‘The End’. McCartney weet het zorgvuldig opgebouwde effect gelukkig om zeep weet te helpen met een kort wegwerp melodietje ‘Her Majesty’ dat in de uitloopgroeven van de LP is geperst. Starr is met bellen blazen en andere geluidseffecten in de weer op ‘Octupus’s Garden’, een soort vervolg op Yellow Submarine en misschien wel het minst aanbevelenswaardige liedje van het album.

Abbey Road was een enorm artistiek en commercieel succes: het is tot op heden het best verkochte Beatles album. De iconische hoes zorgde ervoor dat Abbey Road een toeristische trekpleister werd waar de fans het oversteken van de straat door de groepsleden nog eens dunnetjes overdeden. Vijftig jaar na dato heeft de muziek nog niet aan kracht ingeboet en is het album bij vele generaties populair gebleven.

Na het uitkomen van het album belandde de Beatles in een soort vacuüm. Voor de buitenwereld was het op dat moment nog niet duidelijk dat Abbey Road het laatste album was en dat ieder zijn eigen weg was gegaan. De groepsleden zelf en hun management leken het moeilijk te vinden om die boodschap naar buiten te brengen. Het zou uiteindelijk McCartney zijn die met de lancering van zijn eerste solo-album in april 1970 het einde van de Beatles aankondigde, tot grote ontzetting van de fans.

Binnenkort is Abbey Road dus in een ‘2019’ opgefrist jasje te beluisteren, zoals verleden jaar al met het White Album gebeurde.     

‘It’s the ideology, stupid!’ een model voor de ideologische sturing binnen een politieke partij

Begin 2018 hield ik mij met de vraag bezig hoe een ideologie binnen een (beginnende) politieke partij het best georganiseerd zou kunnen worden. Een beginnende politieke partij bruist van energie en daarmee van allerlei idealen, maar wordt al vrij snel -na een succesvolle start up-  gevormd door mensen die elkaar nog niet kennen. Ze komen met verschillende ideeën  een partij binnen of ontwikkelen nieuwe inzichten, al dan niet door een confrontatie van de idealen met een meer weerbarstiger politieke realiteit. Een politieke partij staat dan voor de uitdaging om de eenheid naar de buitenwereld te bewaren. Daar zijn twee redenen voor: een beginnende politieke partij zal als een bedreiging voor de bestaande elite met aanpalende instituties worden ervaren. Deze instituties -met name de mediatak- zal proberen om verschillen in ideologie te benutten om verdeeldheid binnen de jonge partij te veroorzaken. Door deze verschillen kan het zijn dat de partij verzwakt of zelfs uiteen valt. Het doel is dan bereikt voor de zittende elite en het gevaar van de nieuwkomer bezworen. De tweede reden is dat potentiële kiezers afhaken omdat een eerder duidelijk standpunt verwatert of zelfs een tegengestelde positie wordt ingenomen, waardoor de kiezer teleurgesteld afhaakt. Indien de ideologie onduidelijk is kan dit leiden tot dubbel(zinnig)e boodschappen naar de buitenwereld. Dit komt minimaal de geloofwaardigheid van de partij niet ten goede en in het slechtste geval leidt het tot interne spanningen en botsingen van fracties binnen de partij, die een verschillend inzicht hebben ten aanzien van een onderwerp/ standpunt.

Helaas wordt de term ideologie vaak geassocieerd met duistere politieke stromingen. Dit is zeer ten onrechte want het politieke fundament van een partij berust op een ideologie. Politiek kan niet anders georganiseerd zijn dan binnen een wereld van ideeën en standpunten waarvoor de politieke partij zich wenst in te zetten om deze te realiseren of in stand te houden. Indien een ideologie ontbreekt dan ontbreekt het politieke fundament. Een politieke partij kan zeker niet bestaan van het inschakelen van reclamebureaus, spin doctors en media experts om de idelogie van een partij te bedenken. Dat zou impliceren dat er iets grondig mis is met het bestaansrecht van een dergelijke partij en de overweging zou zelfs gemaakt moeten worden om tot opheffing over te gaan, hoewel de verleiding van het in stand houden van machtsposities vaak aantrekkelijker is. Uiteraard kunnen instanties als marketing bureaus ingeschakeld worden om te bepalen hoe de ideologische boodschap over het voetlicht gebracht wordt, maar nooit kunnen ze de ideologie van de partij zelf vaststellen of bedenken.

Een ideologie is geen statisch frame in de tijd en zal in de loop der tijd onder invloed van interne en externe factoren aan veranderingen onderhevig zijn. Om een ideologie van een partij te visualiseren kan gedacht worden aan een model waarbinnen langs concentrische cirkellijnen in de kern de harde en onwrikbare waarden van de partij ideologie staan (de raison d’être). In de meer naar buiten gelegen ringen kunnen de onderwerpen en standpunten vermeld zijn die in de tijd vaker aan verandering onderhevig zijn. Een voorbeeld van een standpunt in de kern is “Natie is/blijft een soevereine staat“. Dit zal leiden tot afgeleide standpunten op economisch gebied als “voeren van een eigen munteenheid” of op juridisch gebied “niet accepteren vreemde wetgeving van derden, tenzij expliciet goedgekeurd langs de lijnen van democratisch proces“.

 

Binnen een politieke partij wordt een duidelijk proces gedefinieerd langs welke lijnen het proces van onderhoud en vernieuwing van de ideologie verloopt, alsmede de wijze waarop de partij denkt de ideeën te realiseren of in stand denkt te houden. De inrichting van een dergelijk model biedt voor de politieke partij aanvullende voordelen: de betrokkenheid van de leden van de partij wordt vergroot omdat men op basis van expertise inbreng kan leveren op onderwerp(en). En deze betrokkenheid zal leiden tot beïnvloeding van de omgeving door degenen met de expertise: men zal -bijna op natuurlijke wijze- zich actief willen inzetten om de resultaten van de expertise inbreng ook daadwerkelijk van politiek idee tot tastbaar resultaat te brengen (al dan niet binnen een maatschappelijke functie die men op dat moment vervult).

Uit een ideologisch standpunt volgt de vraag hoe bepaalde standpunten gerealiseerd dan wel in stand gehouden dienen te worden. Daarmee komen we op het terrein van de verkiezingen en de bijbehorende campagnes: hét moment waarop de ideologie aan de kiezers gepresenteerd kan worden. Een consistent samengestelde ideologie biedt het voordeel dat in de voorbereiding op politieke campagnes de ideologie snel en eenvoudig geplot kan worden op de specifieke behoeften die specifieke politieke vraagstukken (landelijk/regionaal/plaatselijk) op dat moment vragen.

Een duidelijke flow van hoe het proces van ideologische dynamiek geregeld is, biedt het voordeel dat er een model is hoe het interne gedachteproces verloopt en wie uiteindelijke welke beslissingen neemt.

Binnen een politieke partij zijn de leden op verschillende manieren actief en vervullen daarmee  verschillende rollen in het politieke spectrum van de ideologie.

  • prominenten, de vertegenwoordigers van de partij in publieke functies (de gezichten van de partij), zij zijn over het algemeen degenen die de ideologie communiceren aan de buitenwereld en aanspreekbaar op vragen over de ideologie;
  • experts, degenen binnen de partij die op een bepaald onderwerp gespecialiseerde kennis bezitten en daarmee inbreng leveren aan het ideologisch kader van een partij; een expert kan zeker ook een prominent zijn. Het verdient aanbeveling om expertise binnen de partij te clusteren in expertise-groepen, dat zal uiteindelijk ook de slagvaardigheid in het realiseren van standpunten bespoedigen, de ideologische eenheid bevorderen en er zal een belangrijke neveneffect ontstaan: de vorming van een expertise netwerk dat tot beïnvloeding van maatschappelijke processen kan leiden;
  • contribuanten, degenen die een financiële bijdrage doen, vrijwiliigerswerk verrichten en/of op politieke bijeenkomsten hun mening ventileren. Over het algemeen hebben zij een minder zichtbare en pro-actieve rol binnen een politieke partij. Wel kunnen zij een grote rol spelen bij het overdragen van de idelogie in de dagelijkse maatschappelijke contacten en relaties in privé en zakelijke sfeer.

Ideologie office(r)

Een ideologie office(r) kan het proces van de informatie flow op een correcte manier sturen binnen de politiek partij. Een ideologie office bedenkt zelf geen ideologie, maar kanaliseert input vanuit de verschillende instanties binnen de politieke partij (bestuur, wetenschappelijk instituut, experts en/of expert-groepen, eventuele  speciale doelgroepen (bijvoorbeeld jongeren) en degenen die zich met communicatie en voorlichting bezig houden.

Een ideologie officer draagt bij aan de interne eenheid van de partij en aan duidelijkheid hoe een ieder zijn bijdrage aan het ideologisch kader kan leveren. Naar de buitenwereld (kiezers, andere politieke partijen) is de partij in staat om een duidelijk en consistent beeld te geven van waar men voor staat.

Een ideologie officer heeft geen rechtstreekse taken naar de buitenwereld. Dat wordt door de media en voorlichting-afdeling van de partij verzorgd al dan niet in samenwerking met eerder genoemde reclame en/of marketing bureaus. Politieke prominenten zijn het gezicht naar de buitenwereld en vormen de spreekbuis aangaande het ideologische gedachtegoed van de partij.

Hieronder staat één en ander gepresenteerd in een mogelijke opzet waarbinnen een Ideologie Office de informatiestromen in goede banen leidt. In de afbeelding staan nog twee instituties benoemd die nog niet eerder in dit artikel zijn vermeld.

Het bestuur van de politieke partij is de eindverantwoordelijke inzake de bewaking en vaststelling van het ideologisch kader. De ideologie officer is dan ook een belangrijk input kanaal voor het bestuur. Hij zorgt ervoor dat het bestuur beslissingen kan nemen en geïnformeerd blijft over de ontwikkelingen.

Het wetenschappelijk bureau fungeert als denk tank voor de politieke partij en houdt zich met name bezig met de strategische lange-termijn visie van de politiek partij. De betrokkenheid bij de ideologische ontwikkeling kan zich op volgende manieren manifesteren. Het wetenschappelijk bureau is de broeiplaats voor nieuwe, onconventionele ideeën die nog niet bewezen hebben tot een daadwerkelijke inbedding in het ideologisch kader te hebben geleid. De uitkomsten van deze broeiplaats kunnen via de ideologie officer geleid worden naar de experts ter beoordeling en weging op praktische haalbaarheid en toepassing. Op de tweede plaats kan het wetenschappelijk bureau een rol spelen in het toetsen van ideologische voorstellen die vanuit de experts naar voren komen. Het wetenschappelijk bureau kan dan het bestuur adviseren over de voorstellen vanuit de experts.

Het bovenstaande model is puur gebaseerd op een idee en nooit daadwerkelijk bij een politieke partij geïmplementeerd.